Ger als peuter

Ger werd geboren op 18-01-1939.

Op 24-10-1967 trouwde hij met Anneke

Zij kregen samen 3 eigen kinderen en een pleegkind.

Joost

Eric

Nicoline

Joke( pleegkind)

 

Fotoalbum


Hij kreeg de roepnaam Gerrit(genoemd naar overleden oom Graad, een broer van Pa van de Ven). Deze naam vond An(zijn peetzus) niet mooi en al snel werd het Gerrie. Zijn doopnamen zijn: Gerardus, Franciscus, Cornelis. 

In de pubertijd veranderde hij die naam zelf in Gerard. Maar thuis bleef het gewoon Gerrietot ze daar langzaam maar zeker zijn naam veranderde in Ger. Zo is hij tot op de dag van vandaag Gerard voor de buitenwereld en Ger in de eigen familiekringToen Anneke voor het eerst bij hen thuis kwam, moest ze wel even wennen aan deze dubbele naamLater deed ze zelf ook nog een mooie duit in het zakje en noemde zij hem op lieve momenten: mijn Gerarduske, maar dat is alleen voor de insiders

foto 1ste communnie

An heeft hem veel verzorgd. Omdat zij veel met hem ophad, liet ze foto's van hem maken, die  Huub en Nellie niet hadden.
Een foto als peuter en een foto voor zijn eerste communie; in een matrozenpakje, want dat was toen heel erg in.

Ger zei al als klein kind dat hij priester wilde worden. Dat betekende niet dat hij elke dag naar de kerk ging of misdienaar werd. Zijn keuze voor de congregatie van de Priesters van het H. Hart is min of meer toevallig. Ze waren thuis geabonneerd op een blaadje dat zij elke maand uitgaven. 

Voor hij definitief vertrok naar Bergen op Zoom, waar ze hun priesteropleiding hadden, bezocht hij de TOM-dagen; dat waren kennismakingsdagen. Op 1 september 1951 vertrok hij naar Bergen op Zoom.

Ze waren met 250 man. Die massaliteit was in die tijd heel gewoon. Omdat de studie voor hem eigenlijk te moeilijk was, zocht hij naar een alternatief. Zo kwam hij in Warnsveld terecht waar bijna individueel les werd gegeven. In juli 1959 ging hij naar het noviciaat in Asten, een directe voorbereiding op het kloosterleven. De novicemeester heeft heel goed gezien dat het hart van Ger wel helemaal uitging naar het religieuze leven, maar niet naar een celibatair leven. Zo verliet hij op zijn advies in mei 1960 het klooster. Voor hem was dat een echte breuk in zijn leven. Het was even wennen om weer gewoon thuis te zijn. Hij wist echt niet hoe het verder moest en zijn vader en moeder ook niet. Een ding was zeker; zo snel mogelijk de militaire dienstplicht vervullen en dan verder kijken.

Ger als priesterstudent (1951) op het juvenaat in Bergen op Zoom.

Hij staat in het midden achter zijn vriendjes op rij 2.

Hij kwam bij de lichting 60-5. In Ossendrecht kreeg hij in oktober en november 1960 de basisopleiding als LuA-koei. (Luchtdoel Artillerie). Daarna een paar maanden de koksopleiding in de Mastpoort kazerne in Leiden. Vervolgens bracht hij zijn diensttijd door in de Beatrixkazerne in Eindhoven. Er waren leuke maten bij, met wie hij ook het uitgaansleven in Eindhoven leerde kennen. Er is aan hem zeker geen soldaat verloren gegaan. Hij zocht richting in zijn leven en ging een schriftelijke cursus Maatschappelijk werk doen. Dat kon in die tijd nog op die manier. Om een of andere reden heeft hij deze cursus niet afgemaakt.

In 1961 ging hij samen met zijn moeder op militaire bedevaart naar Lourdes. Ger sliep in een tentencomplex en zijn moeder in een hotel.
Terwijl hij nog in militaire dienst was, liep hij een soort stage bij het wijkwerk in Woensel West- Eindhoven. Hij had een groep voor een soort straatjongeren. Hij heeft daar hele goede herinneringen aan. Ze kwamen elke woensdagavond bij elkaar en hadden hun eigen rituelen. Ze hadden een eigen vlag (WWW = Woensdaggroep Woensel West) die ze eerst ergens  ophingen. Daarna de ronde tafel conferentie om met elkaar af te spreken wat ze zouden gaan doen. Bv. tijgersluipgang zoals de militairen of vuurtje stoken, wat de kapelaan kwam verbieden. Hij ging bij de ouders op huisbezoek. Ze hadden een schrift om van de bijeenkomsten verslag te doen en ze gingen soms extra op kamp. (16- 17 juni 1961in Goirle / later in Wellerlooi)

Na zijn dienst tijd ging hij eerst werken als groepsleider in Jeugdhuis Don Bosco in Scheveningen en later als maatschappelijk werker bij de Raad voor de Kinderbescherming in Den Bosch. Hier kwam hij in een geweldig conflict met het ministerie van Justitie. Volgens de regels moest een bepaald kind ‘Christientje’ uit haar pleeggezin overgeplaatst worden naar een internaat in België, terwijl de relatie tussen kind en pleegouders goed was. Ger koos voor de menselijke verhoudingen en weigerde mee te gaan met het handhaven van regels ten koste van mensen. De zaak kreeg veel landelijke publiciteit en de minister moest zich verantwoorden in de tweede kamer. Het dreigende ontslag werd ingetrokken. Wel zocht Ger daarna een andere baan als coördinator van het maatschappelijk werk in het stadsdeel Tongelre in Eindhoven. Ook reorganiseerde hij daar een wijkcentrum. Meer dan 15 jaar heeft hij gewerkt in Boxtel in een internaat voor moeilijk opvoedbare en moeilijk lerende kinderen om hun ouders te ondersteunen. Toen hij 60 jaar werd, kon hij vervroegd uit dienst treden.

 

Huwelijks aankondiging Anneke en Ger

trouwfoto

Ondertussen was Ger sinds 1967 getrouwd met Anneke van Eijk. Zij hield veel van kinderen en was voor haar huwelijk met hart en ziel onderwijzeres geweest. Zij kregen samen 3 eigen kinderen en een pleegkind, dat elders geen toekomst had. De eerste vijf jaar van hun huwelijk waren zij actief in de parochie van Rosmalen. Zij richtten een parochieraad op, een soos voor jongeren en Ger kwam in het kerkbestuur als kerkmeester. Vanwege een nieuwe baan verhuisden zij in 1972 naar Heeze. Daar voelden zij zich steeds meer vervreemd van de kerk en zochten naar een authentieke geloofs- gemeenschap. Die vonden zij in de Hooge Berkt gemeenschap van Bergeijk. Het was een zoekende  gemeenschap die open stond voor alle gezindten, ook niet kerkelijken.

In 1975 kochten zij een groot huis in Bergeijk. Van het begin af aan ontvingen zij allerlei mensen, die een plek nodig hadden om tot zichzelf te komen. Alleenstaanden, hele gezinnen, en vooral ook heel veel kinderen, die bij hen kwamen slapen, als hun ouders voor hun eigen levensoriëntatie op de Hooge Berkt waren.

Na 25 jaar, toen de eigen kinderen uitgevlogen waren, verkochten zij het huis om niet vast te zitten aan een hypotheek, maar om vrijuit hun hart te volgen. Op die manier konden zij vrij ingaan op de uitnodiging om naar Eindhoven te komen. De leef- werkgemeenschap van Emmaus had een nieuw kernteam nodig. Het was een sprong in het diepe, maar zit iets aandurven niet in de genen van de familie van de Ven? Emmaus was de grootste en bijna enige tweedehands zaak met een grote overdekte markt. De zaak floreerde. Al gauw hadden zij meer dan 40 vrijwilligers om te helpen met  ophalen,  uitsorteren en verkopen van goederen. Maar het ging om de leefgroep van soms wel 10 tot 15 afgewezen vluchtelingen (ook met kinderen) op zoek naar toekomst. Er ontstond een warme leefgemeenschap, die zich zelf ruimschoots kon bedruipen.

 

Emmaus was een onderdeel van een groot kloosterpand, dat door een viertal zeer progressieve zusters een nieuw bestemming had gekregen door nieuwe maatschappelijke initiatieven ruimte te geven. Om het pand ook voor de toekomst te bewaren moest er een leefgroep zijn om de geest en doelstellingen van de zusters levend te houden. Daarom verhuisden zij in 2003 naar de zusters om met hen samen één sociale, religieuze leefgroep te vormen. Samen richtten zij de Vereniging Hoogstraatgemeenschap op. Zij leefden ook daar samen met vluchtelingen, kwamen publiekelijk voor hen op. Ook het milieu kreeg vanaf 2005 veel aandacht.

In 2016 droegen zij de Hoogstraatgemeenschap over aan nieuwe mensen. Zij  kwamen weer terug naar de Hooge Berkt Gemeenschap, waar zij opnieuw gasten ontvingen voor bezinning.

In 2021 verhuisden zij naar een kleinere woning voor zich zelf alleen, maar wel binnen de gemeenschap.


Gerard kwam in de eregalerij van Canon als pionier in het sociaal werk

Toen er jaren later na de zaak Christientje, die speelde in 1969-1970, een boekje over de eregalerij van de beroepsvereniging voor sociaal werkers uitkwam, wist hij nog van niets (niet dat hij erin vermeld stond, en evenmin dat hij was opgenomen in de eregalerij van de beroepsvereniging).

Via een vriend hoorde hij van deze eervolle vermelding. Klik op hier naar zijn biografisch portaal op de site van canon te gaan.

Naar aanleiding daarvan nam hij contact op met de vereniging, en vanaf dat moment begon het balletje te rollen.

Er werd een podcast opgenomen over twee belangrijke zaken uit zijn loopbaan: de zaak Christientje en de zaak Van de Ven. Deze podcast is inmiddels beschikbaar en geeft een boeiend inkijkje in de betekenis van beide casussen voor het sociaal werk.

klik op hier om naar de podcast te gaan.

klik op hier om naar de pagina van canon te gaan.

Naast de podcast is er ook een uitgebreide levensbeschrijving gemaakt, die online te raadplegen is. 

Beide zaken speelden destijds zelfs een rol in de Tweede Kamer, waar de minister zich ervoor moest verantwoorden. Het politieke klimaat was toen nog overzichtelijker en minder gepolariseerd dan nu. De affaire bracht het beroep van maatschappelijk werker, én de beroepscode, op een breed maatschappelijk en politiek podium. Destijds was het vakgebied nog volop in ontwikkeling, en deze gebeurtenissen droegen bij aan een grotere erkenning.

De betrokkenheid en steun waren overweldigend. Vanuit het hele land kwamen adhesiebetuigingen binnen. Er werd zelfs een apart landelijk congres georganiseerd door de beroepsvereniging, dat volledig aan deze zaak gewijd was. Ook internationaal bleef de impact niet onopgemerkt: in Zweden werd de casus opgenomen in een studieboek over sociaal werk.

Alle bijbehorende documentatie — vier ordners vol — is inmiddels overgedragen aan de beroepsvereniging. Deze heeft de stukken ondergebracht in een professioneel beheerd archief, waar ze bewaard blijven voor toekomstig onderzoek en educatie.

Klik op hier om naar de stukken te gaan.